24 Dec, 2015

Vallen en toch stoer

De meeste boodschappen hadden we al in huis, maar een paar boodschappen wilde ik nog halen. Het handigste om het op de fiets te doen en jij mocht met mij mee. Je zal het wel zitten, jij weer op de driewieler en ik op de fiets ernaast. Ik had je al zo vaak verteld dat je de handen bij de remmen moet houden en vaart moet minderen als de weg afloopt en je daarna een scherpe bocht moet maken. Ook dit keer zeg ik het als je voor mij fietst maar je mindert niet genoeg vaart en als je de bocht maakt zie ik je op de driewieler omkiepen. Dit keer ging het mis, je beland in het gras, zand en modder en huilt zachtjes, niet omdat je je hebt bezeerd maar omdat je vies bent en natuurlijk van schrik. Ja, jouw kin zit onder de modder, de handen en jas zijn vies en jouw broek is vies. Jij houd niet van viezigheid maar je laat je wel troosten. Je maakt mij duidelijk dat je het pad nog een keer gaat nemen en nu wel vaart zult minderen zodat je niet weer gaat vallen. Van mij hoef je dat niet maar je bent er niet vanaf te brengen dus zie ik je het pad op fietsen om vervolgens te draaien en weer terug te komen. Tijdens het fietsen zeg je ook “zie je wel ik kan het wel, ik ga niet vallen”, alsof je het jezelf moet bewijzen dat je het wel kunt. We kunnen onze weg vervolgen en je let heel goed op het verkeer en luistert naar mijn aanwijzingen.

Het was niet fijn om te zien dat je met jouw fiets omviel maar het is de enige manier om te leren dat je snelheid moet aanpassen. Ik hoop dat het je nog lang zal heugen.

Comments are closed here.